Weer naar beneden: maandag 27 juli: van de Badushutte naar Tschamut: 5 uur lopen. En met de trein naar Chur .

De hele nacht stortregende het, het roffelde op het dag van de hutte en dat zorgde er voor dat ik bijzonder slecht sliep. Boven gekomen was ik , maar dat was niet makkelijk, maar naar beneden, wat ik altijd al eng vind ( je kijkt de diepte in) en nu zouden de rotsen glad zijn en ik heb geen stokken.. Maar zie.. Een prachtig blauwe lucht vanmorgen vroeg en dat zorgde voor wat meer vertrouwen in de tocht naar beneden. Maar voordat ik vertrok, het was er zo mooi boven, Jonas ( het zoontje van de beheerders) wilde me nog leren hoe je kristallen vindt in de rotsen, de Opa die op bezoek was wilde nog een wijntje met me drinken.. Maar ik wilde onderhand toch echt naar beneden, want elke stap zou me lager brengen , dichter bij het minder steile. Nog een foto genomen met de laatste stroom in m’n Iphone, met de tekening van Lotte bij de wegwijzer bij de hutte. Gelukkig kon ik een oude, maar heel stevige paraplu lenen en ging ik welgemoed op pad. In de Tomasee heb ik wel m’n voeten gedompeld, want het is nog steeds heel koud. Alles aan, Tshirt met lange mouwen, vestje en fleece, hemd er onder. Het eerste stuk bij de waterval, waar een soort stenen brug over heen ligt, helemaal niet eng en jeetje , wat viel me deze klauterpartij 100% mee! Het enge steile stuk was maar heel kort en daarna was een ontzettend lange wandeling , via een prachtig bergmeertje, met schitterende vergezichten, met een gletsjer , met af en toe het oversteken van een klaterend ” Rijntje” , naar Tschamut. Wat ben ik blij dat ik zo niet naar boven ben gegaan, want ik zou halverwege al doodmoe geweest zijn, puur door de lengte. Mijn telefoon was al enige tijd dood dus ik had geen idee van de tijd en schrok behoorlijk toen het al 3 uur bleek te zijn , terwijl ik dacht dat het 12 uur was… Ik moest nog een hele reismaken voor ik on het wandelhotel in de buurt van Chur zou zijn. De trein van 4 uur naar Sedrun, m’n spullen ophalen, trein van 5.15 naar Disentis, overstappen op de trein naar Chur en allerlei paadjes en plekjes herkennen waar ik langs gelopen ben. Net op tijd in Chur om de postauto van 7.10 te halen en om half acht was ik in het hotel waar ze eten voor me bewaard hadden. Doodop naar bed. Gelukkig had ik Tschamut m’n telefoon enigszins tot leven gewekt bij een koffietentje zodat ik weer een beetje kon bellen. De tocht is ten einde en nu nog een paar daagjes bijkomen in Tschierschen voor ik thuis kom en iedereen weer zie.